BV opgericht: checklist voor je eerste kwartaal als bedrijfsleider
Loon, inkomensbescherming, pensioen, hospitalisatie en bestuurdersaansprakelijkheid: wat je in de eerste drie maanden regelt, en waarom. Met cijfers 2026.
Je BV is opgericht. De notaris heeft getekend, het ondernemingsnummer staat in de KBO en de bankrekening is geopend. Wat het allemaal kostte, lees je in BV oprichten in België: alle kosten in 2026. Nu begint het eigenlijke werk: de beslissingen die bepalen hoeveel je overhoudt, hoe goed je beschermd bent en hoeveel pensioen je opbouwt. De meeste nieuwe bedrijfsleiders stellen ze uit, en dat kost geld en soms ook dekking.
| Beslissing | Wanneer | Waarom nu |
|---|---|---|
| Bezoldiging bepalen | Maand 1 | Bepaalt je belastingdruk, sociale rechten en pensioenruimte |
| Gewaarborgd inkomen | Dag 1 | Medische aanvaarding wordt moeilijker naarmate je ouder wordt |
| VAPZ en/of IPT opstarten | Eerste boekjaar | Elk verloren jaar is een gemiste fiscale aftrek |
| Hospitalisatieverzekering structuur kiezen | Maand 1 tot 2 | Bepaalt wie betaalt en hoeveel je bespaart |
| Bestuurdersaansprakelijkheid en BA beroep | Maand 1 | Beschermt je privévermogen vanaf het eerste mandaat |
1. Hoeveel loon keer je jezelf uit?
Je bezoldiging werkt door op bijna elke andere keuze: je personenbelasting, je sociale bijdragen, je wettelijk pensioen, je IPT-ruimte via de 80%-regel en het tarief van je vennootschapsbelasting.
Voor boekjaar 2026 (aanslagjaar 2027) moet minstens één bedrijfsleider 51.000 euro bruto ontvangen om het verlaagd tarief van 20% te behouden, of een bezoldiging die minstens gelijk is aan de belastbare winst. De eerste vier boekjaren ben je als starter vrijgesteld, tenzij je vennootschap een bestaande activiteit voortzet. Bovendien mag het bovenmatige deel van je voordelen van alle aard niet meer dan 20% van je totale bezoldiging uitmaken.
Een laag loon aangevuld met dividend levert fiscaal vaak het meest op, maar bouwt minder pensioen en IPT-ruimte op. Hoe je die afweging maakt, met een rekenvoorbeeld bij drie winstniveaus, staat in eenmanszaak of vennootschap: wanneer loont een BV.
2. Bescherm je inkomen vanaf dag 1
Als bedrijfsleider val je bij ziekte of een ongeval terug op dezelfde RIZIV-uitkering als elke zelfstandige. In 2026 is dat bruto ongeveer 1.256 euro per maand voor een samenwonende, een forfaitair bedrag dat niets te maken heeft met wat je werkelijk verdiende.
Een verzekering gewaarborgd inkomen vult dat verschil aan. De premie is aftrekbaar als beroepskost. Dat dit op dag 1 hoort, heeft een eenvoudige reden: de verzekeraar vraagt een medische vragenlijst bij afsluiting. Wie wacht en intussen een diagnose krijgt, ziet de voorwaarden verslechteren of bepaalde aandoeningen uitgesloten worden.
3. VAPZ, IPT of allebei?
Als bedrijfsleider heb je toegang tot twee aanvullende pensioenproducten die fiscaal elk anders werken.
| Criterium | VAPZ | IPT |
|---|---|---|
| Wie betaalt | Jij privé | Je vennootschap |
| Fiscaal voordeel | Aftrek als sociale bijdrage (tot 60% en meer) | Aftrek in de vennootschapsbelasting (20 tot 25%) |
| Plafond 2026 | 4.086,34 euro (gewoon VAPZ) | Via 80%-regel, afhankelijk van bezoldiging |
| Premietaks | Geen | 4,4% |
| Eindbelasting | Fictieve rente, 10 tot 13 jaar | 10% bij wettelijke pensioenleeftijd |
Veel adviseurs raden aan om eerst het VAPZ te benutten en daarna een IPT op te starten. Dat is geen vaste regel: wie als starter nog voorlopige forfaitaire bijdragen betaalt, heeft een beperkt VAPZ-plafond, en dan kan de IPT sneller zinvol zijn. De volledige vergelijking staat in VAPZ of IPT als bedrijfsleider.
4. Hospitalisatieverzekering via je vennootschap of privé?
Betaal je de premie privé, dan betaal je met geld dat belast is aan je marginaal tarief in de personenbelasting, tot 50%. Betaalt je vennootschap de premie, dan is dat een verworpen uitgave, maar je betaalt met geld dat belast is aan 20 tot 25%. Het verschil in nettokost kan oplopen tot 40% of meer.
Let op twee punten. Heb je personeel, dan vraagt een collectieve polis gelijke behandeling. En stopt de vennootschap, dan moet je de polis naar privé overnemen, wat op latere leeftijd duurder is. De volledige vergelijking staat in hospitalisatieverzekering via vennootschap of privé.
5. Bestuurdersaansprakelijkheid: waarom de BV je niet volledig afschermt
Een BV beperkt je aansprakelijkheid als aandeelhouder. Als bestuurder ben je een ander verhaal. Maak je een bestuursfout, dan kunnen de vennootschap zelf, schuldeisers of derden jou persoonlijk aanspreken, met je privévermogen als inzet. In de praktijk gebeurt dat meestal op drie manieren: onverwachte schulden die de vennootschap niet meer kan betalen, een claim van een klant of partner, of een ambitieus project dat fout loopt.
Het wettelijk plafond, en waarom het minder beschermt dan je denkt
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen beperkt de aansprakelijkheid van bestuurders tot een bedrag dat afhangt van de omvang van de vennootschap (artikel 2:57 WVV). Het plafond geldt voor alle bestuurders samen en per geheel van feiten:
| Gemiddelde omzet en balanstotaal (laatste 3 boekjaren) | Maximale aansprakelijkheid |
|---|---|
| Omzet onder 350.000 euro en balanstotaal onder 175.000 euro | 125.000 euro |
| Omzet onder 700.000 euro en balanstotaal onder 350.000 euro | 250.000 euro |
| Omzet tot 9 miljoen euro en balanstotaal tot 4,5 miljoen euro | 1 miljoen euro |
| Omzet tot 50 miljoen euro en balanstotaal tot 43 miljoen euro | 3 miljoen euro |
| Daarboven | 12 miljoen euro |
Dat plafond geldt alleen voor een lichte fout die toevallig voorkomt. Het geldt niet bij een lichte fout die eerder gewoonlijk voorkomt, een zware fout, bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden. En het geldt evenmin voor de hoofdelijke aansprakelijkheid voor onbetaalde bedrijfsvoorheffing, btw en RSZ-bijdragen. Juist die schulden duiken op wanneer een kleine vennootschap in moeilijkheden komt.
Wat een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O) dekt, en wat niet
Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering, ook D&O-verzekering genoemd (directors and officers), dekt schadevergoedingen waarvoor je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld wordt, en de verdedigingskosten om je te verweren. Die verdedigingskosten zijn vaak het eerste wat je nodig hebt, ook als je uiteindelijk geen fout gemaakt blijkt te hebben. De vennootschap sluit de polis af en betaalt de premie, ten gunste van haar bestuurders.
Niet gedekt zijn doorgaans opzettelijke fouten en fraude, persoonlijke boetes en sancties, en lichamelijke of materiële schade. Voor dat laatste dient een gewone BA-verzekering.
Is ze verplicht, en wat kost ze?
Een D&O-verzekering is niet wettelijk verplicht. De premie hangt sterk af van je sector, je activiteiten en je omzet: reken op 500 euro per jaar voor een eenvoudige dienstverlenende BV, tot boven 2.000 euro voor activiteiten met een hoger risico. De premie wordt betaald door de vennootschap.
Je eerste bescherming begint vóór de oprichting
Een verzekering is het vangnet. De eerste bescherming is een goed onderbouwd financieel plan. Gaat je BV binnen drie jaar na de oprichting failliet met een kennelijk ontoereikend aanvangsvermogen, dan gebruikt de rechter dat plan als leidraad om te beoordelen of jij als oprichter aansprakelijk bent. Met een plan dat alle kosten, belastingen en je cashflow per maand meeneemt, stel je jezelf veilig. Minstens even belangrijk is dat je bij de start samen met iemand alles opsomt wat erbij komt kijken, zodat je meteen juist vertrekt in plaats van achteraf te corrigeren.
BA beroep
Naast je aansprakelijkheid als bestuurder is er je aansprakelijkheid als beroepsbeoefenaar. Een BA beroep dekt schade die een klant lijdt door een fout in je werk, zoals een verkeerd advies of een vergissing in een opdracht. Voor bepaalde beroepen, zoals boekhouders, architecten en vastgoedmakelaars, is ze wettelijk verplicht. Voor consultants, IT-profielen en andere kenniswerkers niet, maar de financiële gevolgen van een beroepsfout zijn voor hen niet kleiner.
Wat de meeste starters vergeten
De eerste maanden gaan naar facturatie, boekhouding en klanten. Begrijpelijk, maar de financiële structuur die je nu opzet, bepaalt voor jaren hoeveel je betaalt, hoe goed je beschermd bent en hoeveel vermogen je opbouwt. Twee situaties verdienen extra aandacht.
Wie overstapt van een eenmanszaak naar een BV, verliest de toegang tot de POZ (pensioenovereenkomst voor zelfstandigen) maar opent de deur naar de IPT. Die overgang heeft gevolgen voor lopende contracten en fiscale planning die je best vooraf doorrekent.
Wie een BV opricht naast een job in loondienst, valt in bijberoep. De sociale bijdragen en de VAPZ-ruimte worden dan anders berekend. En wie een kaderfunctie verlaat om via een managementvennootschap verder te werken, vergelijkt best met de totale kost van zijn verloningspakket, niet met zijn brutoloon.
Samengevat
In je eerste kwartaal leg je vast hoeveel loon je neemt, hoe je inkomen beschermd is, hoe je pensioen opbouwt en hoe je privévermogen beschermd is tegen bestuursfouten. Geen van die keuzes heeft een standaardantwoord: de juiste combinatie hangt af van je winst, je gezinssituatie en je activiteit.
Wil je die combinatie laten doorrekenen voor jouw vennootschap, of start je nog en wil je meteen juist vertrekken? Bekijk de begeleiding bij het oprichten van je vennootschap of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Veelgestelde vragen
Wil je jouw situatie bespreken?
Een verkennend gesprek is altijd vrijblijvend en vertrekt vanuit jouw cijfers, niet vanuit een product.
Plan een gratis gesprek