Home/Blog/Successieplanning als zelfstandige: wat …
    Successieplanning als zelfstandige: wat er met je vermogen gebeurt als je er niet meer bent

    Successieplanning als zelfstandige: wat er met je vermogen gebeurt als je er niet meer bent

    Praktische gids over VAPZ, IPT, vennootschapsreserves en erfbelasting voor zelfstandigen in Vlaanderen.

    Je hebt tien jaar gebouwd. Een VAPZ dat jaar na jaar gegroeid is, een IPT die via de vennootschap premies opbouwt, misschien wat spaargeld en onroerend goed. Wat er met dat alles gebeurt als jij er plotseling niet meer bent, is een vraag die de meeste zelfstandigen voor zich uitschuiven. Terecht, want het is geen aangenaam onderwerp. Maar wie niets regelt, laat de keuze over aan het erfrecht, en dat is zelden wat je bedoeld had.

    Wat er automatisch mis gaat als je niets regelt

    Het erfrecht werkt met standaardregels die zijn opgesteld voor gemiddelde situaties. Voor een zelfstandige met een vennootschap, pensioencontracten en opgebouwd privévermogen wijkt de realiteit bijna altijd af van dat gemiddelde.

    Een eerste probleem is de begunstiging op pensioencontracten. Een VAPZ of IPT bevat een begunstigingsclausule die bepaalt wie het opgebouwde kapitaal ontvangt bij overlijden. Wie die clausule nooit heeft aangepast, valt terug op de standaardvolgorde van de verzekeraar: doorgaans de echtgenoot, daarna de kinderen, daarna de erfgenamen. Dat klinkt logisch, maar het is niet altijd wat je wil. Wie samenwoont zonder te trouwen of wettelijk samen te wonen, staat in die standaardvolgorde nergens.

    Een tweede probleem is de vermogensstructuur van de vennootschap. De aandelen van je vennootschap vallen bij overlijden in de nalatenschap. De erfbelasting wordt berekend op de waarde van die aandelen, inclusief de opgebouwde reserves. Erfgenamen die de aandelen erven maar de vennootschap niet willen of kunnen verderzetten, staan voor een moeilijke keuze: ofwel betalen ze de erfbelasting uit eigen middelen, ofwel liquideren ze de vennootschap op een moment dat de marktomstandigheden dat misschien niet toelaten.

    Een derde probleem is de feitelijke samenwoning. Feitelijk samenwonende partners erven juridisch gezien niet van elkaar zonder testament. Met een testament betalen ze in Vlaanderen erfbelasting als derden, met tarieven die oplopen tot 55%. Veel koppels gaan ervan uit dat langdurig samenwonen juridisch bescherming biedt. Dat doet het niet.

    Je VAPZ en IPT bij overlijden: begunstiging bepaalt alles

    Bij overlijden vóór de pensioenleeftijd keert het opgebouwde kapitaal van een VAPZ of IPT uit aan de aangeduide begunstigde. Hoe dat kapitaal vervolgens belast wordt, hangt af van wie die begunstigde is en welk product het betreft.

    Belasting via fictieve rente. Het overlijdenskapitaal wordt niet in één keer als inkomen belast, maar via een zogenaamde fictieve rente. Dat is een jaarlijks belastbaar bedrag, berekend als een percentage van het netto-overlijdenskapitaal, afhankelijk van de leeftijd van de begunstigde. Hoe ouder de begunstigde, hoe hoger dat percentage. Die fictieve rente wordt jaarlijks belast aan de progressieve tarieven van de personenbelasting, plus gemeentebelasting.

    Erfbelasting bovenop de fictieve rente. Naast de personenbelasting via fictieve rente moet de begunstigde ook erfbelasting betalen op het nettobedrag dat hij of zij ontvangt. Die erfbelasting is gewestelijk en hangt af van de relatie met de overledene en de omvang van het kapitaal.

    RIZIV- en solidariteitsbijdrage. Bij een VAPZ worden de RIZIV-bijdrage en de solidariteitsbijdrage ingehouden op het overlijdenskapitaal als de begunstigde de echtgenoot is. Wordt een andere persoon aangeduid als begunstigde, dan zijn die bijdragen niet verschuldigd. Dat is een subtiel maar fiscaal relevant verschil dat de netto-uitkering voor niet-echtgenoten gunstiger maakt.

    De begunstiging aanpassen kost niets. Wie zijn begunstigingsclausule wil wijzigen, doet dat met een ondertekende aanvraag bij de verzekeraar. Het is geen notariële akte, geen dure procedure. Toch laten veel zelfstandigen die clausule staan op de waarde van de dag van ondertekening, soms twintig jaar geleden, toen de situatie er heel anders uitzag.

    Vennootschapsreserves en overlijden: een vergeten component

    De vennootschap is voor veel bedrijfsleiders de grootste vermogensopbouw. Maar bij een gesprek over successieplanning worden de reserves van de vennootschap regelmatig vergeten, omdat ze niet op een persoonlijke rekening staan.

    Toch zijn ze relevant. De waarde van je aandelen in de erfbelasting wordt bepaald op basis van de economische realiteit van de vennootschap op het moment van overlijden. Wie als bedrijfsleider een vennootschap heeft met tien jaar opgebouwde reserves, heeft aandelen die een substantiële waarde vertegenwoordigen. Die waarde valt in de nalatenschap en wordt belast in de erfbelasting.

    Voor familiale vennootschappen bestaat in Vlaanderen een gunstregime: de Vlaamse schenk- en erfbelasting voorziet een vrijstelling of verlaagd tarief voor aandelen van een actieve familiale onderneming. Dat regime is evenwel aan strikte voorwaarden gebonden en werd per 1 januari 2026 verder aangescherpt: residentieel vastgoed en bouwgronden binnen de vennootschap worden uitdrukkelijk uitgesloten, en er zijn verplichte waarderingsrapporten en bijkomende formaliteiten vereist. Wie denkt op dit gunstregime te kunnen rekenen, doet er goed aan te controleren of de vennootschapsstructuur daar nog voor in aanmerking komt.

    Een bijkomende overweging is de uitkering van reserves via de vennootschap voor overlijden. Wie de reserves aanwendt voor een IPT, een overlijdensdekking via de vennootschap, of een goed uitgebouwde niet-fiscale levensverzekering, verschuift vermogen vanuit de vennootschap naar een contract met een aangeduide begunstigde. Dat kan de belastbare nalatenschap verkleinen en de uitkering aan nabestaanden versnellen en vereenvoudigen.

    Erfbelasting in Vlaanderen 2026: de tarieven voor zelfstandigen concreet

    De Vlaamse erfbelasting is per 1 januari 2026 hervormd. De wijzigingen zijn niet drastisch, maar concreet genoeg om te vermelden. De cijfers hieronder gelden voor wie in het Vlaamse Gewest woonde: het bevoegde gewest wordt bepaald door de fiscale woonplaats van de overledene in de laatste vijf jaar. In Brussel en Wallonië gelden andere tarieven en vrijstellingen.

    Tarieven voor erfgenamen in rechte lijn en partners (kinderen, echtgenoot, wettelijk samenwonende partner): 3% op de eerste €50.000, 9% op de schijf van €50.000 tot €250.000, en 27% op het bedrag daarboven. Roerende en onroerende goederen worden afzonderlijk belast per erfgenaam, wat in de praktijk een fors lagere effectieve belasting oplevert dan wanneer alles gecumuleerd zou worden.

    Vrijstelling voor de langstlevende partner. De gezinswoning is volledig vrijgesteld voor de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner. Daarbovenop geldt een vrijstelling van €75.000 op roerende goederen (verhoogd van €50.000 per 1 januari 2026). Pas op het bedrag boven die vrijstelling beginnen de progressieve tarieven te lopen.

    Tarieven voor derden. Wie niet in rechte lijn erft en geen erkende partner is, betaalt in Vlaanderen tarieven die sterk oplopen. Broers en zussen betalen 25% tot 55%. Voor verdere familieleden en vreemden loopt dat op tot hetzelfde maximum van 55%. Dit is de categorie waar feitelijk samenwonende partners zonder testament in terechtkomen.

    Singlevermindering (nieuw in 2026). Kinderloze alleenstaanden zonder partner kunnen via testament tot €100.000 nalaten aan begunstigden naar keuze, aan de gunstigere tarieven van de rechte lijn (3% op de eerste €50.000, 9% op de volgende €50.000). Dit vervangt de vroegere vriendenerfenis, die per 1 januari 2026 werd afgeschaft voor nieuwe testamenten.

    Een concreet voorbeeld om de schaalgrootte te duiden: een zelfstandige overlijdt en laat aan zijn feitelijk samenwonende partner (niet wettelijk erkend, geen testament) €200.000 aan spaargeld en beleggingen na. Die partner erft als derde. De erfbelasting bedraagt in dat geval tienduizenden euro's meer dan wanneer ze wettelijk samenwonend of gehuwd waren. Het verschil zit niet in het vermogen, maar in twee zinnen op een gemeentehuis of bij een notaris.

    Drie instrumenten die zelfstandigen gebruiken voor successieplanning

    Successieplanning is geen eenmalige oefening en ook geen materie voor één specialist. Een notaris, een boekhouder en een verzekeringsadviseur hebben elk een eigen rol. Wat een verzekeringsadviseur concreet kan bijdragen, zijn de volgende instrumenten.

    Begunstigingsclausule op VAPZ en IPT optimaliseren. Controleren wie aangeduid staat als begunstigde, en of dat nog klopt met de huidige gezinssituatie. Dit is de laagdrempeligste stap en kost niets.

    Overlijdensdekking via de vennootschap. Een IPT kan een overlijdenskapitaal voorzien bovenop de opgebouwde reserve. De premies zijn aftrekbaar als beroepskost voor de vennootschap. Nabestaanden ontvangen bij overlijden een uitkering die buiten de gewone vermogensstructuur van de vennootschap valt. Meer over de werking van zo'n dekking staat op de pagina over de overlijdensverzekering voor zelfstandigen.

    Levensverzekering als successie-instrument. Een levensverzekering met een zorgvuldig aangeduide begunstigde keert uit buiten de nalatenschap. De rolverdeling in de polis, wie verzekeringnemer is, wie verzekerde en wie begunstigde, bepaalt de fiscale behandeling van de uitkering. Een verkeerd gestructureerde polis kan toch in de belastbare nalatenschap vallen of onverwachte schenkbelasting uitlokken. Dat is een aspect waar de structurering even belangrijk is als het product zelf.

    Wanneer is dit voor jou relevant?

    Er is geen minimum leeftijd en geen minimum vermogen waarbij successieplanning relevant wordt. Een zelfstandige van 35 jaar met een VAPZ van €60.000, een gezin en een feitelijk samenwonende partner heeft nu al een situatie die om aandacht vraagt.

    Een aantal profielen waarvoor dit bijzonder acuut is. Bedrijfsleiders met een vennootschap die reserves heeft opgebouwd en waarvan de aandelen een substantiële waarde vertegenwoordigen. Feitelijk samenwonende partners die ervan uitgaan dat hun situatie juridisch geregeld is, maar nooit een testament hebben opgesteld of de wettelijke samenwoning hebben laten registreren. En zelfstandigen met kinderen uit een eerdere relatie, waarbij de standaard begunstigingsclausule op het VAPZ of de IPT niet meer aansluit bij de gewenste verdeling.

    Twee situaties waarvoor de urgentie lager ligt: wie net start als zelfstandige met een beperkt opgebouwd vermogen en nog weinig pensioencontracten heeft, heeft tijd. En wie al een testament heeft opgesteld, zijn begunstigingen recent heeft gecontroleerd en een notaris heeft geconsulteerd over zijn vermogensstructuur, heeft al een stevige basis gelegd.

    Wat betekent dit voor jou?

    Successieplanning voor zelfstandigen vraagt om een combinatie van inzichten: het erfrecht, de fiscale structuur van pensioencontracten en de vermogenspositie van de vennootschap. Wie die drie componenten apart bekijkt, mist altijd iets. Wil je weten waar de lacunes zitten in jouw situatie? Neem contact op en we bekijken het samen op basis van je concrete vermogensopbouw. Je kunt ook het overzicht raadplegen van alle successieplanning diensten die Lesage Advies aanbiedt.

    Veelgestelde vragen

    Wil je jouw situatie bespreken?

    Een verkennend gesprek is altijd vrijblijvend en vertrekt vanuit jouw cijfers, niet vanuit een product.

    Plan een gratis gesprek