Home/Blog/De 80%-regel bij een IPT: wat telt mee e…
    De 80%-regel bij een IPT: wat telt mee en waar zit de grens?

    De 80%-regel bij een IPT: wat telt mee en waar zit de grens?

    Hoe werkt de 80%-grens bij een IPT? Wat telt mee als bezoldiging, wat niet, en hoe vermijd je dat premies niet aftrekbaar zijn?

    Als bedrijfsleider bouw je pensioen op via een Individuele Pensioentoezegging (IPT). Die premies zijn fiscaal aftrekbaar als beroepskost, maar niet zonder voorwaarden. De 80%-regel bepaalt hoeveel je vennootschap maximaal mag storten. Overschrijd je die grens, dan verliest het surplus zijn aftrekbaarheid. En dat is precies wat de fiscus controleert. Dit artikel legt uit hoe de 80%-grens werkt, wat er wél en niet meetelt als bezoldiging, en waarom een jaarlijkse herberekening geen luxe is maar een fiscale noodzaak.


    Wat bepaalt de 80%-regel precies?

    De 80%-regel is vastgelegd in artikel 59 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Het principe is eenvoudig te formuleren: de som van je geraamd wettelijk pensioen en alle aanvullende pensioenen uit de tweede pijler samen mag niet meer bedragen dan 80% van je laatste normale bruto jaarbezoldiging.

    Die aanvullende pensioenen omvatten alle tweede-pijlerproducten tegelijk: een IPT, een VAPZ of sociaal VAPZ, een groepsverzekering, een POZ, een RIZIV-contract of een interne pensioenbelofte. Pensioensparen en langetermijnsparen, de derde pijler, tellen uitdrukkelijk niet mee.

    Concreet: stel dat je bezoldiging als bedrijfsleider 60.000 euro bruto per jaar bedraagt. Dan mag het totaal van je geraamd wettelijk pensioen en je aanvullende pensioenen samen niet meer zijn dan 48.000 euro per jaar. Het maximale aanvullende pensioenkapitaal dat je via je vennootschap fiscaal mag opbouwen, is het getal dat overblijft als je het geraamde wettelijk pensioen van die 48.000 euro aftrekt, omgezet naar een kapitaal via een actuariële omzettingscoëfficiënt.

    Die coëfficiënt bedraagt 16,1004 voor gehuwden en wettelijk samenwonenden bij een pensioenleeftijd van 67 jaar. Dat getal drukt uit hoeveel jaar gemiddeld een rente verwacht wordt te lopen. Hoe hoger de leeftijd waarop je de berekening maakt, hoe lager de resterende loopbaan en hoe kleiner de maximale premieruimte.


    Wat telt mee als bezoldiging, en wat niet?

    Dit is het onderdeel van de 80%-regel dat in de praktijk het vaakst verkeerd wordt ingevuld. Niet alles wat je als bedrijfsleider ontvangt, telt mee als bezoldiging in de zin van artikel 59 WIB.

    Wat telt wel mee:

    Het vaste maandelijkse brutoloon is de kern. Daarnaar verwijs je ook als je spreekt over de "laatste normale brutobezoldiging." Maar de bezoldiging is breder dan alleen je loon. Ook regelmatig terugkerende vakantiegelden en eindejaarspremies tellen mee, op voorwaarde dat ze elk jaar worden uitgekeerd. Sporadische bonussen of eenmalige tantièmes zonder terugkerend karakter vallen daar buiten.

    Voordelen alle aard met een regelmatig en maandelijks karakter tellen eveneens mee. Dat betekent: het maandelijks geboekte voordeel voor het privégebruik van een bedrijfswagen, een woning of een gsm. Ook persoonlijke sociale bijdragen die je vennootschap voor jou betaalt en als voordeel alle aard worden geboekt, komen in de teller terecht. Huurinkomsten die fiscaal worden geherkwalificeerd als bezoldiging (omdat je een gebouw verhuurt aan je eigen vennootschap en maandelijkse huur ontvangt) tellen eveneens mee.

    Wat telt niet mee:

    Eenmalige bonussen zonder regelmatig karakter, onkostenvergoedingen en kilometervergoedingen zijn expliciet uitgesloten. VAPZ-bijdragen die je vennootschap voor jou betaalt tellen ook niet mee. Een plotselinge loonsverhoging vlak voor je pensionering is al evenmin aanvaardbaar: de fiscus kijkt naar de "normale" bezoldiging, en een artificiële verhoging in het laatste jaar wordt niet erkend.

    Dit maakt het bezoldigingsbegrip minder intuïtief dan het lijkt. Twee bedrijfsleiders met een identiek nettoloon kunnen een sterk verschillende bezoldigingsbasis hebben voor de 80%-berekening, afhankelijk van hoe hun verloning is samengesteld.


    Hoe werkt de backservice binnen de 80%-grens?

    De 80%-grens bepaalt niet alleen wat je jaarlijks mag storten, ze bepaalt ook hoeveel pensioenruimte er nog beschikbaar is voor het verleden. Dat is de basis van de backservice, ook wel inhaalstorting of inhaalbijdrage genoemd.

    Veel bedrijfsleiders starten een IPT pas enkele jaren na de oprichting van hun vennootschap. In de tussentijd is er geen pensioenkapitaal opgebouwd via de IPT, terwijl de 80%-grens die ruimte wel zou hebben toegelaten. Via een backservice kan de vennootschap die gemiste jaren retroactief financieren in een eenmalige storting. Die storting is volledig fiscaal aftrekbaar als beroepskost, net als de reguliere jaarlijkse premie.

    De backservice kan worden toegepast voor alle jaren als bedrijfsleider binnen de huidige vennootschap waarvoor nog geen IPT-bijdragen werden gestort. Daarnaast kan de backservice ook betrekking hebben op jaren buiten de vennootschap, maar dat is beperkt tot maximaal 10 jaar. Concreet: wie eerst 12 jaar als werknemer heeft gewerkt en daarna een vennootschap heeft opgericht, kan bij het afsluiten van een IPT inhaalbijdragen storten voor maximaal 10 van die werknemersjaren, plus alle jaren als bedrijfsleider zonder IPT.

    De totale pensioenopbouw na een backservice mag op pensioendatum nog steeds niet leiden tot een uitkering die de 80%-grens overschrijdt. De actuariële berekening van de maximale backservice is technisch werk dat door de verzekeraar of adviseur wordt uitgevoerd.

    Een bedrijfsleider die op zijn 45e een IPT afsluit met een bruto jaarbezoldiging van 70.000 euro, een loopbaan van 20 jaar als bedrijfsleider en geen lopende pensioencontracten, heeft doorgaans een aanzienlijke backservice-ruimte. Die kan in één jaar worden benut of gespreid over meerdere jaren, afhankelijk van de beschikbare liquiditeiten in de vennootschap.


    Wanneer dreigt de aftrekbaarheid te vervallen?

    De fiscale aftrekbaarheid van IPT-premies vervalt in de mate dat de 80%-grens wordt overschreden. Dat klinkt abstract, maar de gevolgen zijn concreet: de vennootschap betaalt vennootschapsbelasting op het niet-aftrekbare deel van de premie, als ware het een verworpen uitgave.

    Vier situaties verhogen het risico op een overschrijding. Ten eerste: een significante loonstijging zonder herberekening van de 80%-grens. Een hoger loon verhoogt de maximale grens, maar het heeft geen automatisch effect op de premie die al loopt. Wie zijn bezoldiging verhoogt en zijn IPT-premie niet laat herberekenen, kan paradoxaal genoeg meer ruimte hebben, maar dat wordt pas zichtbaar na een nieuwe berekening. Andersom is het gevaarlijker: wie zijn loon verlaagt maar zijn premie ongewijzigd laat, riskeert een overschrijding.

    Ten tweede: een verandering in burgerlijke staat. Gehuwden en wettelijk samenwonenden hebben een hogere omzettingscoëfficiënt (16,1004) dan alleenstaanden. Wie scheidt en zijn contract niet laat aanpassen, kan met een te hoge premieruimte blijven rekenen.

    Ten derde: een stijging van het wettelijk pensioen. Naar aanleiding van de hervorming van het wettelijk zelfstandigenpensioen vanaf 2021, waarbij zelfstandigenpensioenen geleidelijk worden gelijkgeschakeld aan werknemersniveaus, heeft de FOD Financiën in april 2022 de berekeningsmethode voor het geraamde wettelijk pensioen aangepast. Het vroegere forfait van 25% van de brutobezoldiging is vervangen door een proportionele methode die rekening houdt met het tijdstip van de loopbaanjaren. Een hoger geraamd wettelijk pensioen betekent minder ruimte voor aanvullend pensioen binnen de 80%-grens. Bedrijfsleiders die hun berekening niet hebben laten actualiseren na april 2022, kunnen sindsdien te veel storten.

    Ten vierde: het opstarten van een bijkomend tweede-pijlercontract. Wie naast een IPT ook een VAPZ heeft, of wie een groepsverzekering sluit voor personeel en zichzelf daarin meeneemt, ziet zijn totale aanvullend pensioenkapitaal stijgen. De combinatie van contracten telt mee in de 80%-berekening.


    Waarom de 80%-berekening elk jaar opnieuw moet

    Veel bedrijfsleiders gaan ervan uit dat de 80%-berekening eenmalig wordt gemaakt bij het afsluiten van een IPT en daarna stabiel blijft. Dat is een misvatting met fiscale gevolgen.

    Verzekeraars zijn wettelijk verplicht om de 80%-berekening elk jaar te actualiseren. De parameters die de maximale premieruimte bepalen, zijn geen vaste grootheden. Ze bewegen mee met je bezoldiging, je loopbaanduur, je burgerlijke staat en de reserves die ondertussen zijn opgebouwd in alle lopende contracten. Een berekening die vorig jaar correct was, kan dit jaar te hoog uitvallen door een loonwijziging of een wetswijziging in het wettelijk pensioenstelsel.

    De fiscus controleert de naleving van de 80%-grens actief. Bij een controle vraagt de administratie de 80%-berekeningen op bij de verzekeraar. Als blijkt dat premies zijn gestort boven de aftrekbare grens, ook onbewust, volgt een herkwalificatie als verworpen uitgave, met bijkomende belasting en mogelijke belastingverhoging. Dat risico draagt de vennootschap, niet de verzekeraar.

    De jaarlijkse herberekening is daarmee geen administratieve formaliteit maar een fiscale beschermingsmaatregel. Ze geeft tegelijkertijd inzicht in de resterende ruimte: wie zijn bezoldiging heeft verhoogd, ziet zijn premieruimte stijgen en kan beslissen om bij te storten. Wie zijn loopbaan heeft verlengd, heeft minder resterende jaren om kapitaal op te bouwen en ziet de maximale toekomstige storting afnemen.

    In de praktijk stuurt de verzekeraar elk jaar een optimalisatieoverzicht. Neem dat document niet als vanzelfsprekend aan: controleer of de ingevoerde bezoldiging overeenkomt met de werkelijke situatie van dat jaar, inclusief alle voordelen alle aard en andere componenten die in het bezoldigingsbegrip thuishoren.


    Samenvatting

    De 80%-regel bepaalt hoeveel pensioenkapitaal een bedrijfsleider fiscaal kan opbouwen via een IPT. De berekening vertrekt van de bruto jaarbezoldiging (inclusief voordelen alle aard) en houdt rekening met het geraamde wettelijk pensioen, de loopbaanduur en alle bestaande tweede-pijlercontracten. Premies die de 80%-grens overschrijden zijn niet fiscaal aftrekbaar en worden bij een controle geherkwalificeerd als verworpen uitgave. Een jaarlijkse herberekening is verplicht en beschermt tegen dat risico.

    Wil je weten hoe de 80%-grens er voor jouw situatie concreet uitziet? Neem contact op via de contactpagina voor een berekening op maat.


    *Meer lezen: hoe een IPT werkt als bedrijfsleider, VAPZ of IPT: wat kies je als bedrijfsleider?, of het volledige overzicht van pensioenopbouw via de vennootschap.*

    Wil je jouw situatie bespreken?

    Een verkennend gesprek is altijd vrijblijvend en vertrekt vanuit jouw cijfers, niet vanuit een product.

    Plan een gratis gesprek