Home/Blog/Pensioensparen: bank, ETF of verzekering…
    Pensioensparen: bank, ETF of verzekering?

    Pensioensparen: bank, ETF of verzekering?

    De structuurkeuze die je maakt bij de start bepaalt het eindkapitaal. Met cijfers.

    De meeste mensen doen aan pensioensparen via hun bank.

    Niet omdat ze daar bewust voor kiezen, maar omdat het vertrouwd en eenvoudig is. Het formulier ligt klaar, het gesprek duurt tien minuten en het voelt veilig.

    Die vanzelfsprekendheid zorgt er echter voor dat weinig mensen zich afvragen wat ze precies kopen, en vooral welke beperkingen daarbij horen.

    Pensioensparen draait niet om rust, maar om tijd

    Pensioensparen wordt vaak behandeld alsof het een spaarrekening is. Iets dat vooral stabiel moet zijn en weinig mag schommelen. Maar dat uitgangspunt klopt niet.

    Pensioensparen is een belegging met een horizon van twintig, dertig, soms zelfs veertig jaar. Tijd is hier geen detail. Tijd is de hefboom.

    Wie nog tientallen jaren voor zich heeft, hoeft zich niet te beschermen tegen schommelingen. Die schommelingen zijn net wat op lange termijn rendement mogelijk maakt. Het echte gevaar op lange termijn is niet volatiliteit, het is structureel te weinig aandelenblootstelling.

    Drie structuren naast elkaar

    Er zijn in de praktijk drie manieren om pensioensparen in te vullen. Ze zijn niet gelijkwaardig.

    Bancair pensioenspaarfonds

    Het meest vertrouwde startpunt. Door regelgeving, risicoklassen en interne richtlijnen blijft de aandelenblootstelling in bancaire pensioenspaarfondsen vaak beperkt of wordt ze relatief vroeg afgebouwd. Volgens een analyse van Test Aankoop ligt het gemiddelde jaarlijkse rendement van klassieke pensioenspaarfondsen over tien jaar rond 4 à 5 procent. Stabiel en voorspelbaar, maar met een structurele rem op het langetermijnrendement.

    ETF via effectenrekening

    Een brede aandelenindex zoals de MSCI World klokte in dezelfde periode rond 11 à 12 procent per jaar. ETF's zijn goedkoper beheerd dan actieve fondsen, mogen volledig in aandelen beleggen en bouwen het risico niet automatisch af wanneer de horizon dat nog niet vereist. Keerzijde: je valt buiten het wettelijke pensioenspaarregime. Geen fiscaal voordeel, geen tax shelter.

    Verzekeringstechnische pensioenspaaroplossing (tak 23)

    Binnen verzekeringsstructuren bestaan er doorgaans meer mogelijkheden. Afhankelijk van het gekozen fonds kan er gewerkt worden met een portefeuille die grotendeels of volledig in aandelen belegt, soms via passieve strategieën die sterk aanleunen bij brede marktindices. Dat verschil is voor veel mensen onbekend. Nochtans is het precies die vrijheid die op lange termijn het verschil maakt.

    Vanaf 2025 combineren bepaalde verzekeringstechnische pensioenspaaroplossingen het fiscale voordeel van het pensioenspaarregime met een beleggingslogica die dicht aanleunt bij indexbeleggen. Volledig in aandelen. Wereldwijd gespreid. Dat verandert het speelveld structureel voor wie nog een lange horizon heeft.

    Hoeveel kan je storten?

    Voor 2026 gelden twee drempels. Wie maximaal €1.350/jaar stort, krijgt 30% belastingvoordeel terug, dat is €405 effectief voordeel. Wie doorstort tot €1.050/jaar maar kiest voor het hogere storting, geniet slechts 25% terug.

    Voor de meeste spaarders is de €1.350-grens het logische vertrekpunt: het levert het hoogste absolute belastingvoordeel op per gestorte euro.

    Wat kost de structuurkeuze concreet?

    Samengestelde groei werkt traag in het begin en versnelt naarmate de jaren verstrijken. Kleine rendementsverschillen worden na dertig jaar grote kapitaalverschillen.

    Concreet voorbeeld: je stort jaarlijks €1.350 (tarief 30% belastingvoordeel, 2026) en doet dat gedurende 30 jaar.

    Structuur Aanname gemiddeld rendement Eindkapitaal na 30 jaar
    Defensief bankfonds 3,5% ±€69.700
    Dynamische verzekeringsoplossing (tak 23) 7,5% ±€139.600

    Het verschil bedraagt ruim €69.000, zonder één extra euro te storten.

    Niet door slimmer te zijn. Niet door de markt te timen. Maar door de structuur af te stemmen op de tijdshorizon.

    Enkele nuances bij dit voorbeeld:

    • Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.
    • Het rekenvoorbeeld houdt geen rekening met instapkosten, beheerskosten of eindbelasting.
    • Een dynamische invulling brengt ook hogere volatiliteit mee. Tussentijdse dalingen van 20 à 30 procent zijn mogelijk en horen bij een aandelenbelegging.

    Waarom lopen de resultaten structureel uiteen?

    Drie factoren verklaren het verschil.

    Aandelenblootstelling. Een ETF of dynamisch tak 23-fonds mag volledig in aandelen beleggen. Veel bancaire pensioenspaarfondsen zijn door hun productstructuur beperkt in hoeveel aandelenrisico ze mogen nemen.

    Kostenstructuur. Passieve fondsen rekenen lagere beheerkosten aan dan actief beheerde fondsen. Die kosten zijn niet zichtbaar als verlies op je afrekening, maar ze drukken elk jaar een stukje van het rendement weg. Over 30 jaar telt dat op.

    Automatische risicoafbouw. Sommige structuren bouwen het aandelenpercentage automatisch af naarmate de einddatum nadert, ook wanneer de horizon dat nog niet vereist. Wie op zijn vijfendertigste al begint af te bouwen, betaalt daarvoor een prijs die pas op zijn vijfenzestigste zichtbaar wordt.

    Wat verandert er na je vijftigste?

    Wie dichter bij pensioen staat, heeft een andere prioriteit. Dan verschuift de focus van maximale groei naar kapitaalbehoud.

    Dat betekent in de praktijk een geleidelijke verschuiving naar defensievere posities: obligaties, tak 21-elementen binnen een verzekeringscontract of een meer gemengde allocatie. Niet uit voorzichtigheid als principe, maar als logisch gevolg van een kortere horizon.

    De kern is niet maximaal risico nemen. De kern is risico afbouwen op het juiste moment, niet te vroeg, en niet te laat.

    Pensioensparen is geen productkeuze, maar een structuurkeuze

    Veel mensen maken één keuze aan het begin en herbekijken die daarna nooit meer. Terwijl pensioensparen in werkelijkheid een traject is, geen vaststaand product.

    De structuur die je kiest, bepaalt in grote mate hoeveel van het langetermijnrendement je uiteindelijk mag houden. Wie zelfstandige is of als bedrijfsleider werkt, heeft daarboven ook aanvullende mogelijkheden via VAPZ en IPT die verder gaan dan het wettelijke pensioenspaarplafond.

    Twijfel je welke structuur het best past bij jouw leeftijd, situatie en doelstellingen? Een verkennend gesprek is altijd vrijblijvend en vertrekt vanuit jouw cijfers, niet vanuit een product.

    Wil je jouw situatie bespreken?

    Een verkennend gesprek is altijd vrijblijvend en vertrekt vanuit jouw cijfers, niet vanuit een product.

    Plan een gratis gesprek