VAPZ of IPT als bedrijfsleider: 3 redenen waarom VAPZ niet altijd de beste keuze is
VAPZ altijd beter dan IPT? Voor bedrijfsleiders met een vennootschap klopt dat niet altijd. Drie mythen ontmanteld met concrete cijfers.
"Begin met je VAPZ te maximaliseren, daarna kijk je naar een IPT." Dit advies circuleert al jaren in ondernemerskringen en accountantskantoren. Het klinkt logisch: een VAPZ is eenvoudig, fiscaal aftrekbaar en zonder premietaks. Maar voor de bedrijfsleider met een vennootschap klopt de redenering achter dat advies niet altijd. In dit artikel ontmantelen we de drie meest hardnekkige mythen over het fiscale voordeel van de VAPZ, met concrete cijfers.
Mythe 1: VAPZ is fiscaal voordeliger in de opbouwfase
Het ogenschijnlijke voordeel van de VAPZ voor een bedrijfsleider is dit: je betaalt de premie privé, je trekt die af in de personenbelasting en je betaalt minder sociale bijdragen. Dat levert een gecombineerd voordeel op dat kan oplopen tot 60% van de premie. Klinkt sterk.
Maar laten we dit vergelijken met wat er werkelijk gebeurt als je als bedrijfsleider van een vennootschap een VAPZ betaalt via de vennootschap, wat veruit de meest voorkomende situatie is.
De vennootschap betaalt de VAPZ-premie en boekt dit als bedrijfskost. Tegelijk ontstaat er voor jou als bedrijfsleider een voordeel van alle aard (VAA) ten belope van de volledige premie. Dat VAA verhoogt je belastbaar inkomen in de personenbelasting. Maar je krijgt datzelfde bedrag terug als fiscale aftrek. Netto-effect in de personenbelasting: nul. De verhoging van de sociale bijdragen door het VAA wordt ook volledig geneutraliseerd door de verlaging via de beroepskosten. Per saldo is de fiscale behandeling in de opbouwfase voor bedrijfsleiders identiek aan die van een IPT.
Een IPT is immers altijd een kost van de vennootschap en is volledig aftrekbaar in de vennootschapsbelasting, zonder dat er een VAA of enige personenbelasting bij te pas komt. Het enige echte fiscale verschil in de opbouwfase is de premietaks van 4,4% op IPT-stortingen (2025), die bij een VAPZ niet van toepassing is.
| IPT | VAPZ (via vennootschap) | |
|---|---|---|
| Betaald door | Vennootschap | Vennootschap |
| Aftrekbaar als beroepskost | Ja | Ja |
| Voordeel van alle aard | Nee | Ja (geneutraliseerd) |
| Impact personenbelasting | Neutraal | Neutraal |
| Impact sociale bijdragen | Geen verhoging | Geen netto-verhoging |
| Premietaks (2025) | 4,4% | Niet van toepassing |
| Netto in de pensioenpot (bij gelijke bruto-inleg) | Iets lager door premietaks | Iets hoger |
Bij een netto-inleg van 4.000 euro in de pensioenpot kost een IPT de vennootschap 4.314 euro (na premietaks van 4,4% en instapkosten). Een VAPZ kost bij dezelfde netto-inleg 4.124 euro. Het verschil in vennootschapskost bedraagt 190 euro per jaar, minder dan de meeste mensen verwachten.
De conclusie: het fiscale speelveld in de opbouwfase is voor bedrijfsleiders met een vennootschap bijna gelijk. De premietaks is een reëel nadeel van de IPT, maar het is geen doorslaggevend argument als je ook naar de andere factoren kijkt.
Mythe 2: VAPZ wordt goedkoper belast bij uitkering
Het tweede veelgehoorde argument is dat een VAPZ bij pensionering fiscaal gunstiger wordt belast dan een IPT. Een IPT wordt op de wettelijke pensioenleeftijd (2025: 67 jaar) belast aan een vast tarief van 10% op het kapitaal, plus RIZIV-bijdrage (3,55%) en solidariteitsbijdrage (tot 2%). Dat levert een eindbelasting van ongeveer 9,45% van het bruttokapitaal.
Een VAPZ wordt niet belast via een vast tarief, maar via het systeem van de fictieve rente. Concreet wordt jaarlijks 5% van het VAPZ-kapitaal, na aftrek van de winstdeelname, gedurende 10 jaar toegevoegd aan je belastbaar inkomen. Die fictieve rente wordt belast zoals gewone inkomsten, dus aan de marginale aanslagvoet in de personenbelasting.
De berekening van de fictieve rente is gebaseerd op de volgende aannames:
- 30% van het eindkapitaal bestaat uit winstdeelnames, die vrijgesteld zijn van de fictieve rente
- De fictieve rente wordt berekend op 80% van het kapitaal zonder winstdeelnames
- Het fictieve rentepercentage bedraagt 5% per jaar gedurende 10 jaar
- RIZIV-bijdrage (3,55%) en solidariteitsbijdrage (tot 2%) worden meegeteld op het volledige kapitaal
Bij een aanslagvoet van 25% komt de effectieve eindbelasting van een VAPZ op ongeveer 6,6% van het totale kapitaal. Dat is gunstiger dan de 9,45% van een IPT. Een aanslagvoet van 25% is realistisch voor wie bij pensionering uitsluitend het wettelijk minimumpensioen ontvangt en nauwelijks andere belastbare inkomsten heeft. Het minimumpensioen voor een zelfstandige bedraagt in 2025 ruim 22.000 euro per jaar. Wie onder of net rond dat bedrag uitkomt, zit gedeeltelijk in de 25%-schijf.
Maar de pensioenhervormingen brengen daar verandering in en het scenario wordt voor veel bedrijfsleiders steeds kleiner. Wie huurinkomsten, roerend inkomen of een bezoldiging heeft als je actief blijft, zal de fictieve rente snel aan 40% of meer belasten.
| IPT (uitkering op 67 jaar) | VAPZ (fictieve rente, 25% aanslagvoet) | VAPZ (fictieve rente, 40% aanslagvoet) | |
|---|---|---|---|
| Belastingmethode | Vast tarief | Variabel (marginale aanslagvoet) | Variabel (marginale aanslagvoet) |
| Winstdeelname (30%) vrijgesteld | Nee | Ja | Ja |
| Belastbare basis fictieve rente | n.v.t. | 80% van kapitaal zonder winstdeelname | 80% van kapitaal zonder winstdeelname |
| Fictieve rente | n.v.t. | 5% gedurende 10 jaar | 5% gedurende 10 jaar |
| RIZIV-bijdrage | 3,55% | 3,55% | 3,55% |
| Solidariteitsbijdrage | Tot 2% | Tot 2% | Tot 2% |
| Eindbelasting als % van kapitaal | ~9,45% | ~6,6% | ~10,58% |
De conclusie is genuanceerder dan vaak wordt voorgesteld. Voor wie bij pensionering weinig andere inkomsten heeft en grotendeels in de 25%-schijf valt, kan de VAPZ-eindbelasting aanzienlijk lager uitvallen dan die van een IPT. Maar voor wie al een minimumpensioen van ruim 22.000 euro per jaar ontvangt en daarbovenop nog andere inkomsten heeft, verschuift de balans. Bij een aanslagvoet van 40% kost de VAPZ-uitkering meer dan die van een IPT, ondanks de vrijstelling op winstdeelnames.
Mythe 3: het rendement doet er minder toe dan de fiscaliteit
Dit is het argument dat het meeste gewicht heeft in de vergelijking, en ook het meest wordt onderschat.
Een VAPZ is wettelijk verplicht een kapitaalsgarantie te bieden op de gestorte premies. Dat betekent in de praktijk dat je belegt in tak 21, met een gegarandeerde rente en een eventuele winstdeelname. Maximaal 25% mag in tak 23 worden belegd, afhankelijk van de aanbieder. Het rendement van een dynamisch VAPZ-contract ligt in de huidige markt gemiddeld rond 3 tot 3,5% per jaar, inclusief winstdeelname.
Een IPT heeft die beperking niet. De vennootschap kan volledig voor tak 23 kiezen, met beleggingsfondsen of passieve ETF-structuren. Wie een dynamisch profiel heeft en een lange beleggingshorizon, kan realistische verwachtingen hebben van 5 tot 6% per jaar op langere termijn. De geschiedenis van brede aandelenindexen toont rendementen van gemiddeld 7 tot 9% per jaar over periodes van 30 jaar, al zijn rendementen uit het verleden geen garantie voor de toekomst.
Neem een bedrijfsleider die 35 jaar lang 4.000 euro per jaar netto in de pensioenpot steekt. Bij een gemiddeld rendement van 5,5% (IPT tak 23 dynamisch) tegenover 3,5% (dynamisch VAPZ) levert dat na 35 jaar het volgende op:
| IPT (5,5% rendement) | VAPZ (3,5% rendement) | |
|---|---|---|
| Jaarlijkse netto-inleg | 4.000 euro | 4.000 euro |
| Looptijd | 35 jaar | 35 jaar |
| Bruto-eindkapitaal | ~401.000 euro | ~267.000 euro |
| Eindbelasting (~%) | ~9,45% | ~10,58% |
| Netto na eindbelasting | ~363.000 euro | ~238.000 euro |
| Rendement op investering | +159% | +70% |
Het verschil in netto-eindkapitaal bedraagt ruim 124.000 euro, bij exact dezelfde jaarlijkse inleg en dezelfde looptijd. Enkel het rendementsverschil van 2 procentpunt per jaar, en de beperkte tak 23-ruimte van de VAPZ, zijn verantwoordelijk voor dat gat.
Dit maakt de fiscale discussie grotendeels irrelevant. Zelfs als de VAPZ een licht fiscaal voordeel zou hebben in de opbouwfase of bij uitkering, weegt dat voordeel niet op tegen een structureel rendementsnadeel over een loopbaan van meerdere decennia.
Disclaimer: bovenstaande berekening is indicatief en gebaseerd op een aantal aannames: een minimumpensioen voor zelfstandigen als basis voor de aanslagvoet, een dynamisch VAPZ-contract met een relatief hoog rendement voor zijn categorie, en een conservatief IPT-rendement. Werkelijke rendementen kunnen hoger of lager uitvallen. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Hogere rendementen gaan altijd gepaard met een hoger risico. Je beleggingsprofiel en volledige persoonlijke situatie bepalen mee welke keuze voor jou de juiste is. Dit artikel vervangt geen persoonlijk advies. Een gesprek waarbij je risicoprofiel en volledige situatie worden beoordeeld is een noodzakelijke stap voor elke concrete beslissing, dat doen wij graag samen met jou.
Wanneer is een VAPZ dan wél de juiste keuze?
De bovenstaande analyse geldt specifiek voor bedrijfsleiders met een vennootschap die de vergelijking puur op cijfers maken. Er zijn situaties waarin een VAPZ zeker zijn waarde heeft.
Voor zelfstandigen in eenmanszaak is het VAPZ zonder twijfel de eerste stap in de pensioenopbouw. Ze hebben immers geen toegang tot een IPT. Het dubbele fiscale voordeel van het VAPZ, aftrek in de personenbelasting én lagere sociale bijdragen, is in die context uniek en volledig van toepassing. Wie als eenmanszaak groeit en regelmatig de VAPZ-grens bereikt, kan op een bepaald moment overwegen om over te stappen naar een vennootschapsstructuur. Niet alleen vanwege het pensioen, maar omdat de fiscale hefbomen bij hogere omzetten aanzienlijk zijn en een vennootschap andere instrumenten opent, waaronder de IPT en de 80%-regel.
Voor bedrijfsleiders die pas kort actief zijn maar al wél een stabiel loon uit hun vennootschap trekken, is een IPT vaak de betere keuze om meteen mee te starten. Het VAPZ-maximumbedrag in de eerste drie jaar is immers beperkt, omdat de berekening gebaseerd is op de sociale bijdragen van drie jaar geleden. Wie net gestart is, heeft die historiek nog niet opgebouwd en kan daardoor maar een fractie van het maximum inleggen. Met een IPT heb je die beperking niet: je kunt onmiddellijk starten op basis van je huidige verloning en meteen de volledige fiscale ruimte benutten.
Voor bedrijfsleiders die pas kort actief zijn én nog geen stabiel loon uit hun vennootschap trekken, kan een VAPZ een eenvoudige en toegankelijke opstap zijn terwijl de vennootschap nog groeit. Een VAPZ vereist geen medische formaliteiten voor de standaard aanvullende waarborgen, wat het ook interessant maakt voor wie een medisch verleden heeft en drempelloos wil starten met bescherming.
Wie in de laatste jaren van de loopbaan zit en de ruimte binnen de 80%-regel al volledig heeft benut, kan in principe geen nieuwe IPT-stortingen meer doen. Dat gebeurt vaker dan verwacht: als de werkelijke rendementen in het IPT-contract hoger uitvallen dan de oorspronkelijke projectie, raakt de fiscale ruimte sneller op dan gepland. Een VAPZ houdt geen rekening met de 80%-regel maar met de sociale bijdragen, en blijft in dat geval gewoon mogelijk. Juist dan kan een VAPZ de slimme aanvulling zijn: niet als vertrekpunt, maar als bijkomende spaarmogelijkheid zodra de IPT-ruimte is opgebruikt.
Voor een dynamisch profiel dat bewust inzet op rendement en nog 25 jaar of meer voor de boeg heeft, is een IPT via tak 23 in de meeste gevallen de meer doordachte keuze.
Conclusie
De redenering dat een VAPZ altijd fiscaal voordeliger is dan een IPT klopt niet voor bedrijfsleiders met een vennootschap. In de opbouwfase is het fiscale voordeel in de meeste gevallen neutraal. Bij uitkering is de fictieve rente door stijgende pensioenen niet langer automatisch goedkoper. En het rendementsvoordeel van een IPT met tak 23 kan over een volledige carrière een verschil maken van meer dan 100.000 euro netto.
De juiste keuze hangt af van je profiel, je beleggingshorizon, je inkomenssituatie en de structuur van je vennootschap. Dat vereist een analyse van de volledige situatie, niet een vuistregel die voor iedereen gelijk zou zijn.
Wil je weten wat in jouw situatie het meest zinvol is? Neem contact op via de contactpagina en we bespreken het samen, zonder verplichtingen.
*Meer lezen over VAPZ als zelfstandige bedrijfsleider, hoe een IPT werkt, de 80%-regel of een overzicht van je toekomstopbouw.*
Wil je jouw situatie bespreken?
Een verkennend gesprek is altijd vrijblijvend en vertrekt vanuit jouw cijfers, niet vanuit een product.
Plan een gratis gesprek