Home/Blog/POZ: wat is een pensioenovereenkomst voo…
    POZ: wat is een pensioenovereenkomst voor zelfstandigen en hoeveel mag je storten?

    POZ: wat is een pensioenovereenkomst voor zelfstandigen en hoeveel mag je storten?

    Wie mag een POZ afsluiten, hoeveel mag je storten via de 80%-regel en wanneer loont het fiscaal? Helder uitgelegd.

    Het wettelijk pensioen van een zelfstandige bedraagt gemiddeld 850 euro per maand. Wie 45 jaar een volledige loopbaan kan voorleggen als alleenstaande, haalt als absolute bovengrens ongeveer 1.351 euro bruto. Het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen helpt, maar heeft een wettelijk plafond. Wat daarna? Sinds 2018 bestaat de POZ, de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen. Een product dat relatief onbekend blijft, maar voor wie het VAPZ-plafond heeft bereikt een logische volgende stap is. In deze post lees je wat de POZ precies is, voor wie het bedoeld is, hoeveel je mag storten en wanneer het fiscaal loont.


    Waarom bestaat de POZ? De kloof tussen eenmanszaak en vennootschap

    Voor 2018 had een zelfstandige zonder vennootschap slechts één echte tool voor aanvullend pensioen: het VAPZ. Dat product heeft een wettelijk plafond dat gekoppeld is aan een percentage van het netto belastbaar inkomen. Zelfstandigen met een vennootschap konden daarbovenop ook gebruik maken van een Individuele Pensioentoezegging (IPT): een product waarmee de vennootschap aanzienlijke bedragen fiscaal voordelig in pensioenopbouw kan storten, tot aan de grenzen van de 80%-regel.

    Die ongelijkheid was groot. Een bedrijfsleider in een BV kon structureel veel meer opbouwen dan een collega met een identiek inkomen maar als eenmanszaak. Om dat gat gedeeltelijk te dichten, introduceerde de wetgever de POZ. Het product werkt anders dan de IPT omdat je de premie zelf betaalt als privépersoon en niet via een vennootschap. Maar het laat eenmanszaken voor het eerst toe om te sparen op basis van de 80%-regel, net zoals vennootschappen al jaren konden.


    Voor wie is de POZ bedoeld?

    De POZ is uitsluitend toegankelijk voor zelfstandigen die als natuurlijk persoon werken, dus niet via een vennootschap. Concreet kunnen de volgende groepen een POZ afsluiten:

    • Zelfstandigen in hoofdberoep met een eenmanszaak
    • Vrije beroepen in hoofdberoep (architecten, accountants, kinesisten, enzovoort)
    • Meewerkende echtgenoten of wettelijk samenwonende partners met het maxistatuut
    • Zelfstandige helpers
    • Zelfstandigen in bijberoep en vrije beroepers in bijberoep, maar enkel als ze minstens 3 jaar actief zijn én sociale bijdragen betalen op een inkomen dat minstens gelijk is aan de minimumdrempel voor een zelfstandige in hoofdberoep (2025: 17.008,88 euro netto belastbaar)

    Wie niet in aanmerking komt: zelfstandigen die via een vennootschap werken. Voor hen bestaat de IPT, die via de vennootschapsbelasting werkt en doorgaans fiscaal ruimer is.

    Twee praktische basisregels gelden altijd: je sluit de POZ af tot aan je wettelijke pensioenleeftijd, de minimumduur van het contract is 5 jaar, en de minimale jaarpremie bedraagt 600 euro.


    Hoeveel mag je storten in een POZ? De 80%-regel uitgelegd

    Er is geen vast grensbedrag voor de POZ. Hoeveel je mag storten, hangt af van de 80%-regel: de som van je wettelijk pensioen en alle aanvullende pensioenen uit de tweede pijler (VAPZ en POZ samen) mag niet meer bedragen dan 80% van je referentie-inkomen.

    Voor zelfstandigen wordt het referentie-inkomen berekend als het gemiddelde netto belastbaar beroepsinkomen van de drie voorgaande kalenderjaren. Je wettelijk pensioen wordt forfaitair geraamd op 25% van dat referentie-inkomen.

    Die berekening klinkt eenvoudiger dan ze is. De uitkomst hangt ook af van je leeftijd, het aantal jaren dat je nog werkt tot je pensioen, de loopbaanjaren die je al hebt opgebouwd en de reserves die je al via het VAPZ hebt samengesteld. In de praktijk berekent de verzekeraar de maximale jaarpremie elk jaar opnieuw voor jou.

    Eén ding is zeker: hoe hoger je inkomen en hoe meer jaren je nog hebt voor je pensioen, hoe meer ruimte de 80%-regel je geeft.

    Een bijkomend aandachtspunt is de Wijninckx-bijdrage. Wie via VAPZ, POZ en andere tweede-pijlerproducten samen meer dan een wettelijk drempelbedrag (geïndexeerd vertrekpunt: 32.472 euro bij invoering) spaart, betaalt een extra taks van 3% op het saldo daarboven. Voor de meeste zelfstandigen is dit pas relevant bij hoge inkomens en maximale benutting van meerdere producten tegelijk.


    Rekenvoorbeeld: de designer wiens zaken steeds beter gaan

    Lisa is 38 jaar en werkt al 8 jaar als freelance grafisch designer via een eenmanszaak. De eerste jaren draaide het om het opbouwen van een klantenbestand en een portfolio. Nu heeft ze doorlopende contracten met kmo's en een communicatiebureau. Haar netto belastbaar inkomen bedraagt de laatste drie jaar gemiddeld 60.000 euro per jaar.

    Ze heeft van bij het begin een VAPZ lopen en zit al een paar jaar aan het maximum. Voor 2026 is dat 4.086,34 euro voor een gewoon VAPZ of 4.701,54 euro voor een sociaal VAPZ. Haar inkomen blijft groeien. Het VAPZ-plafond schuift nauwelijks mee. Ze wil meer opbouwen.

    Dat is precies de situatie waarvoor de POZ bestaat. Op basis van haar inkomen, leeftijd en VAPZ-reserve berekent haar adviseur een maximale POZ-bijdrage. Stel dat die voor haar profiel uitkomt op 3.000 euro per jaar.

    Fiscaal werkt dat zo. Op de 3.000 euro betaalt ze een verzekeringstaks van 4,4%, of 132 euro. Op het gestorte bedrag geniet ze een belastingvermindering van 30%, of 900 euro. Per saldo levert elke 3.000 euro storting haar een netto fiscaal voordeel op van 768 euro, exclusief de gemeentebelasting die dat voordeel nog verhoogt. Geen aftrek als beroepskost zoals bij het VAPZ, maar toch een zinvolle besparing bovenop de pensioenopbouw.

    Op het moment dat Lisa's winst structureel verder stijgt, rijst vroeg of laat de vraag of een eenmanszaak nog de meest efficiënte structuur is. Want in een vennootschap vervalt de toegang tot de POZ, maar opent de IPT een fiscaal nog ruimere deur. Of die overstap loont, hangt af van haar concrete situatie. Lees daarvoor onze post over eenmanszaak of vennootschap of bekijk wat startersbegeleiding voor jouw structuurkeuze kan betekenen.


    POZ of VAPZ: wat doe je eerst?

    VAPZ POZ IPT
    Fiscaal voordeel Aftrek als beroepskost (tot meer dan 60%) Belastingvermindering 30% + gemeentetaks Aftrek via vennootschap (vennootschapsbelasting)
    Maximumbijdrage 8,17% of 9,40% van inkomen, geplafonneerd (2026) Op basis van 80%-regel, geen vast plafond (2026) Op basis van 80%-regel, doorgaans ruimer (2026)
    Wie kan afsluiten Eenmanszaak + vennootschap Enkel eenmanszaak en vrij beroep Enkel bedrijfsleiders via vennootschap
    Taks bij storting Geen 4,4% verzekeringstaks Geen
    Eindbelasting Fictieve rente: 3,5% tot 5% van kapitaal, jaarlijks belast in personenbelasting gedurende 10 of 13 jaar (afhankelijk van leeftijd) + RIZIV 3,55% + solidariteit 0-2% 10% eenmalig op pensioenleeftijd (winstdeling vrijgesteld) + RIZIV 3,55% + solidariteit 0-2% 10% op wettelijke pensioenleeftijd (actief gebleven); 16,5% op 62-64 jaar; 18% op 61; 20% op 60 jaar + RIZIV 3,55% + solidariteit 0-2%

    Het antwoord hangt af van je structuur.

    Als eenmanszaak is de volgorde duidelijk: altijd eerst het VAPZ maximaal benutten, daarna pas de POZ overwegen. Het fiscale verschil tussen beide is groot. VAPZ-premies zijn aftrekbaar als beroepskost en verlagen tegelijk je netto belastbaar inkomen en je sociale bijdragen. Dat gecombineerde effect kan oplopen tot meer dan 60% van de gestorte premie. De POZ geeft een belastingvermindering van 30% plus gemeentebelasting, maar de premie is geen beroepskost. Dat is een relevant verschil, zeker bij een lager of middelgroot inkomen. De POZ loont pas echt als je het VAPZ-plafond hebt bereikt en via pensioensparen of langetermijnsparen al de derde pijler aanboort.

    Eén voordeel van de POZ dat het VAPZ niet heeft: je kunt er dynamischer mee beleggen. Wie bereid is meer risico te nemen in ruil voor een potentieel hoger rendement, vindt in de POZ meer beleggingsvrijheid dan in de klassieke VAPZ-formule in tak 21.

    Als bedrijfsleider met een vennootschap ligt de vergelijking anders. Het VAPZ blijft een goede eerste stap, maar het fiscale verschil met de IPT is relatief klein. Beide producten hebben een eindbelasting van 10% op de wettelijke pensioenleeftijd. Het verschil zit hem elders: de IPT wordt betaald door je vennootschap en is aftrekbaar als beroepskost in de vennootschapsbelasting, terwijl het VAPZ privé betaald wordt en de sociale bijdragen drukt.

    Of je het VAPZ eerst maximaliseert of de nadruk legt op de IPT, hangt sterk af van je verloning. Hoe hoger je brutobezoldiging als bedrijfsleider, hoe meer ruimte de 80%-regel je geeft in de IPT en hoe interessanter die verhouding wordt. Bovendien biedt de IPT doorgaans meer mogelijkheden voor dynamisch beleggen via tak 23, wat over een lange horizon een substantieel verschil in eindkapitaal kan maken. Wie wil groeien met zijn pensioenreserve in plaats van alleen kapitaal te beschermen, heeft daar baat bij.

    De juiste verhouding tussen VAPZ en IPT is dus geen vaststaande formule, maar een berekening op maat op basis van je verloning, je leeftijd en je beleggingsprofiel.


    Fiscaliteit bij uitkering: wat houdt de staat in?

    Bij uitkering op de wettelijke pensioenleeftijd, of bij overlijden, wordt het opgebouwde kapitaal belast. Voor alle drie de producten geldt bij uitbetaling zonder uitzondering een RIZIV-bijdrage van 3,55% en een solidariteitsbijdrage van 0% tot 2% afhankelijk van het totale pensioenkapitaal. Wat verschilt, is de eigenlijke eindbelasting.

    Voor de POZ zijn de inhoudingen:

    • Eindbelasting: 10% eenmalig op het pensioenkapitaal (plus gemeentebelasting); de winstdeling is vrijgesteld
    • RIZIV-bijdrage: 3,55%
    • Solidariteitsbijdrage: 0% tot 2%, afhankelijk van het bedrag

    Het VAPZ werkt anders voor de eindbelasting: geen eenmalige 10%, maar een systeem van fictieve rente. Een percentage van het ontvangen kapitaal wordt jaarlijks aangegeven in de personenbelasting en progressief belast, gedurende 10 of 13 jaar afhankelijk van de leeftijd bij uitkering. Dat percentage loopt van 3,5% bij opname op 60 jaar tot 5% op of na 65 jaar. Wie actief blijft tot de wettelijke pensioenleeftijd, betaalt bovendien slechts op 80% van het kapitaal. De RIZIV- en solidariteitsbijdrage gelden ook hier. Dit maakt de VAPZ-eindbelasting doorgaans de meest voordelige van de drie.

    De IPT kent een eenmalige belasting die sterk afhangt van de leeftijd bij opname: 10% op de wettelijke pensioenleeftijd (mits actief gebleven), oplopend tot 16,5% bij opname tussen 62 en 64 jaar, 18% op 61 jaar en 20% op 60 jaar. Ook hier worden de RIZIV-bijdrage van 3,55% en solidariteitsbijdrage van 0% tot 2% bovenop ingehouden.

    Afkoop voor de pensioenleeftijd is bij alle drie de producten fiscaal niet voordelig.

    Eén element dat bij de POZ zeker niet over het hoofd mag worden gezien: op elke premie betaal je bij storting al een verzekeringstaks van 4,4%. Die taks is definitief en niet recupereerbaar. Wie het netto pensioenkapitaal inschat, moet zowel de eindbelasting als deze instaptaks meerekenen.


    Valkuilen en aandachtspunten

    De 80%-regel is geen eenvoudige berekening. Wie te veel stort, verliest het fiscale voordeel op het overschot. Laat de maximale premie altijd berekenen door een adviseur of verzekeraar, en laat de berekening elk jaar herhalen als je inkomen wijzigt.

    Bijberoep: scherp op de voorwaarden. Zelfstandigen in bijberoep komen enkel in aanmerking als ze minstens 3 jaar actief zijn en voldoende sociale bijdragen betalen. Wie net gestart is of een laag bijberoepsinkomen heeft, valt buiten de boot.

    Backservices: nuttig, maar nog beperkt. De POZ bestaat pas sinds 2018. Je kunt inhaalstortingen doen voor de jaren vóór je contract, maar nooit voor jaren vóór 2018. Het effect van backservices groeit elk jaar, maar is op dit moment nog beperkt voor wie al lang zelfstandige is.

    Overstap naar een vennootschap. Wie de sprong naar een BV maakt, verliest de toegang tot de POZ. De polis wordt premievrij gemaakt: de opgebouwde reserve blijft staan, maar nieuwe stortingen zijn niet meer mogelijk. Geen ramp, maar iets om vooraf in te calculeren als de overstap in het verschiet ligt.

    Eindbelasting is gunstig, maar niet nul. De combinatie van 10% eindtaks (voor de POZ), RIZIV-bijdrage en solidariteitsbijdrage eet een deel van het opgebouwde kapitaal op. Wie dit vergeet in te rekenen, overschat het netto pensioenkapitaal.


    De POZ is geen alternatief voor het VAPZ, maar een aanvulling voor wie het VAPZ-plafond heeft bereikt en fiscaal voordelig meer wil sparen. Het maximale spaarpotentieel ligt een stuk hoger dan bij het VAPZ alleen. Voor een eenmanszaak met een groeiend inkomen is de POZ een van de weinige tools om de kloof met vennootschappen gedeeltelijk te dichten.

    Wil je weten hoeveel jij concreet mag storten en of de POZ past bij jouw situatie? Neem contact op voor een gratis adviesgesprek.

    Wil je jouw situatie bespreken?

    Een verkennend gesprek is altijd vrijblijvend en vertrekt vanuit jouw cijfers, niet vanuit een product.

    Plan een gratis gesprek