Meerwaardebelasting voor zelfstandigen: wat verandert er voor je beleggingen?
Sinds 2026 betaal je 10% op meerwaarden uit beleggingen. Wat betekent dat voor zelfstandigen, en waarom blijven VAPZ, IPT en pensioensparen vrijgesteld?
Sinds 1 januari 2026 betaal je in België 10% belasting op de meerwaarde die je realiseert op beleggingen zoals aandelen, fondsen en ETF's. Voor de zelfstandige die privé belegt, verandert daarmee een deel van de rekensom. De meerwaardebelasting raakt zelfstandigen en bedrijfsleiders niet anders dan andere beleggers, maar de keuze waar je je vermogen opbouwt weegt nu zwaarder door. Want één categorie blijft volledig buiten schot: je fiscale pensioenopbouw. Wat verandert er precies, en wat betekent dat voor je beleggingsplan?
Hoe werkt de meerwaardebelasting sinds 2026?
De wet werd door de Kamer goedgekeurd op 3 april 2026 en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Het standaardtarief is 10% op de gerealiseerde meerwaarde uit financiële activa: aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, ETF's, beleggingsverzekeringen en cryptomunten. De belasting geldt voor natuurlijke personen en voor bepaalde rechtspersonen zoals vzw's en stichtingen.
Je betaalt niet vanaf de eerste euro. De eerste schijf van 10.000 euro aan meerwaarden per persoon en per jaar is vrijgesteld (aanslagjaar 2027, jaarlijks te indexeren). Ongebruikte vrijstelling is beperkt overdraagbaar, tot 15.000 euro na vijf jaar.
Enkel de waardestijging die je realiseert vanaf 1 januari 2026 is belastbaar. Voor beleggingen die je vóór die datum kocht, geldt de waarde op 31 december 2025 als startpunt, het zogenaamde fotomoment. Wie hetzelfde aandeel op verschillende momenten kocht, valt onder het FIFO-principe: de eerst gekochte stukken tellen als eerst verkocht.
Een voorbeeld. Je koopt in 2026 voor 50.000 euro een wereldwijde ETF en verkoopt die in 2031 voor 75.000 euro. Je meerwaarde is 25.000 euro. Daarvan is de eerste 10.000 euro vrijgesteld, zodat 15.000 euro belastbaar blijft. Aan 10% betaal je dus 1.500 euro.
Wat de meerwaardebelasting betekent voor de zelfstandige belegger
Voor de zelfstandige die vermogen opbouwt, lopen de fiscale routes nu verder uiteen. Wie privé belegt via een effectenrekening, betaalt voortaan 10% op de meerwaarde boven de jaarlijkse vrijstelling. Wie belegt binnen zijn fiscale pensioenopbouw, blijft vrijgesteld. En wie belegt via zijn vennootschap, valt onder een ander regime.
De jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro nuanceert de impact wel. Wie beperkt en gespreid belegt en zijn winsten over meerdere jaren realiseert, blijft vaak onder de drempel en betaalt feitelijk weinig of niets. Pas wie in één jaar een grote meerwaarde realiseert, voelt de heffing echt.
Voor wie afweegt of vrij beleggen nog opweegt tegen fiscale pensioenopbouw, verschuift de vergelijking. Onze post over pensioensparen of ETF rekent dat uit: de heffing op de vrije ETF-route weegt zwaarder naarmate je meerwaarde groeit, terwijl het pensioenspaarkapitaal vrijgesteld blijft.
Waarom VAPZ, IPT en pensioensparen buiten schot blijven
De fiscale pensioenproducten vallen niet onder de meerwaardebelasting. Concreet blijven het VAPZ, de IPT, het pensioensparen, het langetermijnsparen en de groepsverzekering vrijgesteld. De reden is dat die producten hun eigen eindbelasting kennen, vaak een heffing op het kapitaal bij uitkering. De wetgever heeft ze daarom uit het toepassingsgebied gehouden.
Voor zelfstandigen en bedrijfsleiders maakt dat de fiscaal ondersteunde opbouw relatief aantrekkelijker. Het rendement binnen een pensioenspaar- of IPT-structuur ontsnapt aan de 10%-heffing, terwijl dezelfde index via een gewone effectenrekening er wel onder valt.
Let op één nuance: niet elke verzekeringsstructuur is vrijgesteld. Niet-fiscale tak 21- en tak 23-contracten, dus zonder fiscaal voordeel in de opbouwfase, vallen wél onder de meerwaardebelasting voor de meerwaarde opgebouwd na 31 december 2025. Het onderscheid leggen we uit in onze post over tak 21, tak 23 en tak 26.
Beleggen via de vennootschap: een ander regime
Voor bedrijfsleiders met een vennootschap is er een wezenlijk onderscheid. De meerwaardebelasting geldt niet voor vennootschappen zelf: hun gerealiseerde meerwaarden vallen al onder de vennootschapsbelasting. Beleggen via je vennootschap volgt dus een ander fiscaal spoor dan privé beleggen, en niet de nieuwe 10%-heffing.
Een apart scenario is de verkoop van de aandelen van je eigen vennootschap. Verkoop je als natuurlijk persoon met een aanmerkelijk belang van minstens 20%, dan geldt een gunstiger regime: een vrijstelling tot 1 miljoen euro, met getrapte tarieven van 1,25% tot 10% daarboven. Dit is overname- en planningsterritorium, waarvoor je je accountant of een gespecialiseerd adviseur best vroeg betrekt.
Schenken valt buiten de meerwaardebelasting, want er is geen overdracht onder bezwarende titel. Wel blijft de aanschafwaarde van de schenker relevant voor een latere verkoop door de begiftigde. Meer context vind je in onze pagina over successieplanning.
Valkuilen en aandachtspunten
Er zijn enkele punten waar het in 2026 misloopt als je er niet op let.
Het eerste is de overgangsperiode. De automatische inhouding door je bank, de bronheffing, geldt pas vanaf 1 juni 2026. Meerwaarden die je realiseerde tussen 1 januari en 31 mei 2026 moet je in principe zelf aangeven in je aangifte van inkomstenjaar 2026.
Het tweede is de keuze tussen opt-in en opt-out. Standaard houdt je bank 10% in en recupereer je een eventuele vrijstelling via je aangifte. Bij opt-out houdt de bank niets in, maar moet je alles zelf aangeven en bijhouden. Dat vraagt een strikte administratie.
Twee profielen ervaren de heffing anders dan de krantenkoppen suggereren. Wie klein en gespreid belegt en jaarlijks onder 10.000 euro meerwaarde blijft, betaalt feitelijk weinig of niets. En de bedrijfsleider die via zijn vennootschap belegt, valt onder een ander regime.
Tot slot een aandachtspunt dat losstaat van de nieuwe regeling: meerwaarden uit speculatief of abnormaal beheer blijven belastbaar als divers inkomen aan 33%. Dat tarief bestond al vóór 2026 en kent geen vrijstelling.
Wat betekent dit voor jou?
Sinds 2026 is privé beleggen onderworpen aan een meerwaardebelasting van 10% boven de jaarlijkse vrijstelling, terwijl je fiscale pensioenopbouw vrijgesteld blijft. Voor de zelfstandige verschuift daarmee niet of je belegt, maar waar je dat het best doet. De juiste verdeling tussen vrij beleggen, beleggen via de vennootschap en fiscale pensioenopbouw hangt af van je horizon en je plannen met je vermogen.
Wil je bekijken hoe de meerwaardebelasting jouw beleggings- en pensioenplan beïnvloedt? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Veelgestelde vragen
Wil je jouw situatie bespreken?
Een verkennend gesprek is altijd vrijblijvend en vertrekt vanuit jouw cijfers, niet vanuit een product.
Plan een gratis gesprek